De bouwvorm van een elektromotor bepalen

 

SEBO MOTOREN – Praktisch advies voor de juiste montage en uitvoering

De bouwvorm van een elektromotor bepaalt hoe de motor gemonteerd wordt en hoe onderdelen zoals flens, klemmenkast en regenkap gepositioneerd zijn. Standaard worden elektromotoren geleverd voor horizontale montage, maar er zijn diverse andere posities mogelijk, afhankelijk van de toepassing.

Directe levering uit voorraad.

Complete aandrijftechniek.

Persoonlijk advies en maatwerk mogelijk.

Online technische database.

In de naast getoonde afbeelding zijn de meest voorkomende bouwvormen weergegeven. Voor minder gebruikelijke posities of speciale uitvoeringen kun je altijd contact opnemen met SEBO MOTOREN voor technisch advies of raadpleging van de fabrieksdocumentatie.

Het opgeven van de juiste bouwvorm is belangrijk om onder andere:

  • de juiste positie van condenswaterafvoer pluggen in de motorschilden te bepalen,
  • een eventuele regenkap correct te plaatsen (bijv. bij verticale montage),
  • en de juiste flensuitvoering te kiezen (bijvoorbeeld B5 voor doorlopende gaten, B14 voor tapgaten).

Positie van de klemmenkast

Bij bouwvorm B3 (voetuitvoering) is ook de positie van de klemmenkast van belang.

Bij MultiMount aluminium motoren kun je deze positie eenvoudig aanpassen, omdat de voeten demontabel zijn. Door de voeten op een andere zijde van het huis te monteren, verander je de bouwvorm zonder aanpassingen aan de motor zelf Dit is het geval bij al onze aluminium motoren.

Bij gietijzeren motoren is dat enkel mogelijk in de bouwgroottes 160 t/m 280. De voeten van de andere bouwgroottes zijn hier vast gegoten, waardoor de positie van de klemmenkast niet te wijzigen is. Wil je de klemmenkast op B3L of B3R hebben, dan moet dit vooraf bij bestelling worden opgegeven.
Wanneer er geen voorkeur wordt doorgegeven, wordt de motor standaard geleverd met de klemmenkast bovenop (B3T).

De positie wordt bepaald ten opzichte van de motoras:

B3T: klemmenkast bovenop de motor (“top”),

B3L: klemmenkast aan de linkerzijde,

B3R: klemmenkast aan de rechterzijde.

Draaibare wartelingang

De wartelingang van de klemmenkast is bij de meeste motoren vier keer 90° draaibaar. Zo kan de kabelinvoer altijd in de juiste richting worden geplaatst.

Bij aluminium motoren bevindt de klemmenkast zich standaard aan de aandrijfzijde (Drive End, D.E.), maar door de stator te draaien kan deze ook aan de niet-aandrijfzijde (Non Drive End, N.D.E.) worden gepositioneerd. SEBO ELEKTROMOTOREN kan deze modificatie desgewenst voor u uitvoeren.

Hoe de afmetingen van een motor in de IEC-norm zijn vastgelegd

SEBO MOTOREN – Standaardisering voor uitwisselbaarheid en betrouwbaarheid

De belangrijkste afmetingen van draaistroommotoren zijn vastgelegd in de IEC-norm (International Electrotechnical Commission). Deze norm zorgt ervoor dat elektromotoren van verschillende fabrikanten uitwisselbaar zijn, zolang ze dezelfde maatvoering hebben.

Naast IEC-motoren bestaan er ook motoren volgens de NEMA-norm (Amerikaanse standaard). Deze kom je vooral tegen bij machines die voor de Amerikaanse markt zijn ontwikkeld. In Europa is de IEC-norm echter de standaard.

Veelvoorkomende bouwvormen

De drie meest voorkomende uitvoeringen zijn:

  • B3: motor met voetmontage
  • B5: motor met flensmontage (doorlopende gaten, ook wel FF-flens genoemd)
  • B14: motor met kleine flens (tapgaten, ook wel C-flens genoemd)

Combinaties komen ook voor:

  • B35: combinatie van voet- en grote flens
  • B34: combinatie van voet- en kleine flens

Afkortingen voor de zijden van de motor

Om de aandrijfzijde en de niet-aandrijfzijde van een elektromotor aan te duiden, worden standaard afkortingen gebruikt:

  • E. (Drive End) = aandrijfzijde (AZ)
  • D.E. (Non Drive End) = niet-aandrijfzijde (NAZ)

Maatvoering volgens de IEC-norm

De belangrijkste gestandaardiseerde maten zijn:

SymboolBetekenis
ASteek van de gaten (vooraanzicht)
BSteek van de gaten (zijaanzicht)
CAfstand van de borst van de as tot het eerste bevestigingsgat
DDiameter van de uitgaande as (D.E.)
ELengte van de uitgaande as
HHartafstand van de as t.o.v. de voet

De maat H bepaalt de bouwgrootte van de motor.
Bijvoorbeeld: een IEC 90S motor heeft een hartafstand van 90 mm tussen voet en as.

Bij motoren met flensuitvoering (B5 of B14) is ook de flensdiameter (P) gestandaardiseerd.
De B14-flens wordt vaak aangeduid als B14A of “kleine flens”.

De juiste IP-beschermingsgraad van een elektromotor bepalen

SEBO MOTOREN – Bescherming tegen stof, vocht en omgevingsinvloeden

De IP-code (Ingress Protection) geeft aan hoe goed een elektromotor beschermd is tegen het binnendringen van vaste stoffen en vloeistoffen.

De code bestaat uit de letters “IP” gevolgd door twee cijfers:

  • het eerste cijfer geeft bescherming tegen stof aan,
  • het tweede cijfer geeft bescherming tegen water aan.
Eerste cijferBescherming tegen vaste stoffenTweede cijferBescherming tegen vloeistoffen
0Geen bescherming0Geen bescherming
1>50 mm1Druppelwater
2>12 mm2Druppelwater bij 15° helling
3>2,5 mm3Sproeiend water
4>1 mm4Opspattend water
5Stofbeschermd5Waterstralen
6Stofdicht6Krachtige waterstralen
77Tijdelijke onderdompeling
88Langdurige onderdompeling

Veel toegepaste beschermingsgraden

De meeste industriële elektromotoren worden geleverd in IP55-uitvoering: stofbeschermd en bestand tegen waterstralen.
Hogere beschermingsklassen, zoals IP56 of IP65, worden toegepast bij zwaardere omstandigheden, zoals buitentoepassingen of vochtige productieomgevingen.

Een bijzondere uitvoering is de IP23-motor, die vaak wordt gebruikt bij toepassingen met extra koellucht, zoals compressoren.
Deze motoren hebben een open bouw voor betere ventilatie, maar zijn daardoor minder beschermd tegen stof of vocht.

Bij SEBO MOTOREN bieden we optioneel extra beschermingsmaatregelen, zoals:

Ingegoten klemmenkast – voorkomt dat water via de aansluitkabels bij de wikkelingen komt.

Ingegoten wikkelingen – beschermt tegen vochtinwerking via schilden of afdichtingen.

Extra bescherming bij zware omstandigheden

In omgevingen met veel vocht, stoom of chemische reiniging is een standaard IP-klasse vaak niet voldoende.

Met deze maatregelen verleng je de levensduur van de elektromotor aanzienlijk, vooral in natte of agressieve omgevingen.

De inschakelduur van een elektromotor

SEBO MOTOREN – Begrijpen hoe lang een motor veilig kan draaien

De inschakelduur (of duty cycle) geeft aan hoe lang een elektromotor belast kan draaien zonder oververhitting.
Na elke werkperiode moet de motor de kans krijgen om terug te koelen tot omgevingstemperatuur.

De IEC-norm definieert verschillende bedrijfsmodi, aangeduid met S1 t/m S10.
De meest gebruikte zijn S1, S2, S3 en S6.

CodeOmschrijvingToepassing
S1Continu bedrijfMotor draait langdurig met constante belasting.
S2Kortstondig bedrijfMotor draait kort met vaste belasting, daarna afkoeling.
(Bijv. S2 30 min.)
S3Periodiek intermitterend bedrijfHerhaalde cycli met vaste belasting en rustperiodes.
S4Periodiek met startenCycli met startfase, looptijd en rusttijd.
S5Periodiek met elektrisch remmenStart, belasting, remmen en rust.
S6Continu met wisselende belastingWisseling tussen belasting en onbelaste periode, zonder stop.
S7–S10Complexe variantenWisselende snelheden, belastingen of remcycli.

Op het typeplaatje van de motor staat de duty cycle vermeld.
Bij twijfel helpt SEBO MOTOREN je de juiste klasse te kiezen voor jouw toepassing – bijvoorbeeld of een motor met extra koeling (IC416) nodig is bij cyclisch gebruik.

Coatings classificaties (C1 t/m C5)

SEBO MOTOREN – Bescherming tegen corrosie begint bij de juiste coating

Corrosie tast metalen oppervlakken aan en kan leiden tot storingen of verkorte levensduur van een elektromotor.
Om motoren tegen corrosie te beschermen, wordt gebruikgemaakt van coatings volgens de ISO 12944-2 norm.

Deze norm deelt de omgevingsomstandigheden in van zeer laag (C1) tot zeer hoog (C5):

ClassificatieOmgevingVoorbeelden
C1 – Zeer laagDroog, lage luchtvochtigheidKantoren, binnenruimtes
C2 – LaagMatig vochtig, lichte verontreinigingLandelijke of agrarische gebieden
C3 – GemiddeldVochtig klimaat, matige vervuilingIndustrie, stedelijke omgevingen
C4 – HoogZoute of chemische atmosfeerKustgebieden, havens, chemische installaties
C5 – Zeer hoogExtreem agressieve omstandighedenOffshore, zware industrie, chemische fabrieken

Hoe hoger de classificatie, hoe dikker en sterker de coatinglaag.
Het verschil zit in laagdikte, bindmiddel en toevoegingen die de corrosieweerstand verhogen.

Coatingtoepassing bij SEBO MOTOREN

Bij SEBO MOTOREN brengen we de coatings aan in onze professionele lakstraat.
Hier kunnen motoren worden afgewerkt in elke gewenste RAL-kleur, inclusief voedselveilige coatings voor de voedingsindustrie.
We bieden ook een speciale loodvrije beschermlaag die:

  • bestand is tegen chemicaliën en zoute lucht,
  • kras- en stootvast is,
  • en voorkomt dat vuil of bacteriën zich hechten.

Zo zorgen we voor een langere levensduur en minder onderhoud aan jouw aandrijvingen.

Schade aan wikkelingen herkennen en voorkomen

SEBO MOTOREN – Praktische tips voor diagnose en preventie

De wikkeling vormt het hart van elke elektromotor. Beschadiging van de wikkelingen kan leiden tot vermogensverlies, oververhitting of uitval.
Om dit te voorkomen, is het belangrijk de oorzaken en signalen van wikkelingenschade te kennen.

Oorzaken van wikkelingenschade

  1. Thermische overbelasting
    Te hoge temperatuur door overbelasting, verkeerde spanning of te veel start/stops beschadigt de isolatie.
  2. Elektrische storingen
    Onbalans tussen fasen of spanningspieken kunnen doorslag in de wikkeling veroorzaken.
  3. Verontreiniging
    Stof, olie of vocht tast de isolatie aan. Vooral bij onvoldoende afdichting of slechte IP-bescherming.
  4. Mechanische trillingen
    Slechte uitlijning of onbalans veroorzaakt lagerschade en wikkelingstrillingen die tot breuk kunnen leiden.

Herkennen van schade

Veelvoorkomende schadebeelden zijn:

  • Kortsluiting tussen windingen of fasen
  • Verbrande isolatie door overbelasting of spanningsfouten
  • Lokale sluiting door vervuiling of slijtage
  • Onbalans door fasestoring

Een verschil van slechts 1% in spanning kan al leiden tot 6–10% stroomonbalans – voldoende om de motor ernstig te belasten.

Preventieve maatregelen

  1. Regelmatig onderhoud en inspectie
    Controleer isolatie, aansluitingen, uitlijning en lagers.
    Meet ook de stroom per fase – niet alleen de spanning.
  2. Bescherming tegen elektrische storingen
    Gebruik motorbeveiligingsschakelaars en stel deze correct af.
    Zorg voor een goede aarding en juiste motorselectie.
  3. Bescherming tegen verontreiniging
    Pas de juiste IP-beschermingsgraad en coatingklasse toe op basis van de omgeving.
  4. Conditiebewaking
    Met moderne monitoringoplossingen kun je trillingen, temperatuur en belasting volgen, zodat problemen vroegtijdig worden ontdekt.

Samenvatting

Regelmatig onderhoud en het kiezen van de juiste bescherming verlengen de levensduur van elke elektromotor aanzienlijk.
Bij SEBO MOTOREN helpen we je graag met inspectie, advies en revisie – zodat jouw motoren betrouwbaar blijven draaien, dag in dag uit.

Advies nodig of nieuwsgierig naar de mogelijkheden?